‘Bij meer samenwerking tussen opvang en school doe je het kind meer recht.’

Na acht jaar voorzitter van de PO-Raad te zijn geweest, trekt Rinda den Besten de deur achter zich dicht. Een periode waarin de IKC’s aan terrein wonnen. “Het belang van samenwerking tussen de kinderopvang en het primair onderwijs is nu nog duidelijker.”

Dat het aantal IKC’s in Nederland in de afgelopen acht jaar enorm is toegenomen, is een feit. “Soms kwamen er driehonderd bij in een jaar tijd.” Er zijn plekken waar het IKC in één gebouw huist, of er is sprake van intensieve samenwerking tussen meerdere locaties en voorzieningen. “Bijna iedereen is wel bezig met een vorm van samenwerking, dus dat is mooi om te zien.” 

De komst van corona gaf dit soms nog een extra zetje, zag Den Besten. “Toen de noodopvang moest worden opgezet, zag je dat schoolbesturen en de kinderopvang elkaar goed konden vinden.” Pedagogisch medewerkers die op scholen hielpen bij het opzetten van de noodopvang, of die mee konden denken als er veel zieken waren. “Waren die banden niet zo nauw, dan waren mensen soms een beetje onthand. Dus het belang van die samenwerking is nu nog duidelijker geworden.” 

Herinneringen
Vraag je Den Besten om een mooie of bijzondere herinnering van de afgelopen acht jaar, dan heeft ze er velen. “Ik ben op zoveel plekken geweest, dat ik soms vergeet waar ik iets hoorde of zag. Maar ik denk meteen aan twee dingen. Ik ben een keer bij een IKC geweest dat inclusief was, met een orthopedisch kinderdagverblijf en een samenwerking met een onderwijsgroep met speciaal onderwijs. Er waren dus nog meer doelgroepen bij elkaar gebracht.” Op deze locatie was er niet alleen sprake van het delen van een pand, maar de kinderen speelden ook met elkaar, herinnert ze zich. “Ze bedachten samen thema’s en speelden samen buiten. Het waren groepsdoorbrekende projecten.”

In Tilburg zag Den Besten hoe je de kinderopvang en een school ook kan inzetten om een bepaalde doelgroep ouders verder te helpen. “Het was een plek waar ouders de taal konden leren, terwijl de kinderen op hun eigen plek waren. Er was tijd voor voorlichting, taal en cultuur. Dat zijn mooie bij-effecten. Het gaat natuurlijk om de kinderen, maar op deze manier is er oog voor de gezinnen. Dat vond ik mooi.”  

Onbekendheid
Door de komst van de IKC’s zijn scholen en kinderdagverblijven een beetje van hun eilandjes af gekomen, zo ziet Den Besten. “En die eilandjes waren er wel, met name door de onbekendheid met de kinderopvang.” In het onderwijs is een grote groep leraren al wat ouder, terwijl de gemiddelde pedagogisch medewerker vaak jong is. Dat zorgde voor wat argwaan over de kwaliteit van de opvang, zag de voorzitter in haar beginjaren.

Kinderen leren op de opvang van elkaar, moeten zich in groepen verhouden. Als je dat ziet, samen met de professionaliteit van de medewerkers, dan zal het beeld van de opvang ook veranderen in het onderwijs, denkt Den Besten. “Er is de afgelopen jaren ook ontzettend veel kwaliteit aan de opvang toegevoegd.”  

Ze herinnert zich een werkbezoek in Emmen, waar de kinderen van nul tot vier in een ander gebouw zaten dan de basisschoolleerlingen van vier tot twaalf. “De kleuterjuffen daar ontdekten dat ze eigenlijk meer deelden met de pedagogisch medewerkers dan ze van tevoren gedacht hadden. Zij zaten altijd in een team met leerkrachten van onderbouw tot bovenbouw, maar trokken nu meer met de kinderopvang op. Als die scheidslijnen vervagen, dan zijn er samenwerkingen mogelijk waarbij op een andere manier naar kinderen wordt gekeken.”

Basisvoorziening
Met de verkiezingen op komst, hoopt de vertrekkend voorzitter dat een nieuw kabinet de basisvoorziening doorvoert, de opvang wordt dan een publieke voorziening voor ieder kind. Hopelijk voor minimaal 16 uur per week en meer voor specifieke groepen, als het aan Den Besten ligt. “Het is dan ook van belang dat er één stelsel komt. We hebben nu last van bureaucratie. Wil je een samenwerking tussen een school en de opvang, dan moet je elkaar inhuren, contracten afsluiten en btw betalen. De wet- en regelgeving is niet op elkaar aangesloten.” Er zijn ook verschillende Arbo-regels, inspecties en cao’s. “Als er één financieel kader zou zijn, dan is het makkelijker om doorbrekend en integraal te kunnen werken.” 

Wordt de kinderopvang een basisvoorziening, dan moeten we af van de angst dat we jonge kinderen de schoolbank in willen duwen. “Er is een ongefundeerde angst dat we schooltje gaan spelen met kinderen vanaf twee jaar. Maar een jong kind wil spelend leren, net zoals kinderen in groep 1 en 2. De kinderopvang is daar heel goed in, maar hun werk zou wel beter op het onderwijs kunnen aansluiten met doorlopende ontwikkellijnen.” Als beiden elkaar helpen bij de scharnierpunten, dan kan er maatwerk geboden worden, denkt Den Besten. 

Lineair ontwikkelen
In de afgelopen tien jaar blijken steeds meer kinderen van drie jaar interesse te krijgen in letters. De kinderopvang probeerde dit soms een beetje af te houden omdat het niet in het plaatje past, aldus Den Besten. “Dat is schadelijk, en het gebeurt andersom ook. In groep 1 moet een kind soms al 15 letters kennen. Maar niet elk kind is daar al aan toe. Kijk dus samen wat een kind nodig heeft. Eerder beginnen aan de basisschool, of nog wat langer opvang, of mag het ook meer hybride?”

Daarnaast ontwikkelt een kind zich nooit lineair, soms is er vertraging en dan weer een groeispurt. “Dus als er meer samenwerking is tussen de opvang en de school, dan wordt iedereen flexibeler en doe je het kind meer recht.” 

Gelijke kansen
Het politieke denken is de afgelopen jaren ook veranderd. “In mijn beginperiode hoorde je wel eens dat mensen vreesde voor een staatsopvoeding als de opvang een publieke voorziening wordt, dat hoor ik niet meer. Er is meer aandacht voor gelijke kansen en meer kennis over de hersenontwikkeling van kinderen, het belang van vroeg starten en de eerste duizend dagen.” 

De toeslagenaffaire heeft daarnaast laten zien dat men ontvankelijker is voor een makkelijker systeem. Je moet tegenwoordig doorgeleerd hebben om alle regels nog te snappen, aldus de vertrekkend voorzitter. “Het is al complex georganiseerd, en de afgelopen drie kabinetten hebben alles telkens iets anders aangepakt waardoor dingen eindeloos gewijzigd moesten. Het pingpongen met beleid heeft de sector weinig goed gegaan. Maar ik denk dat dit nu wel geland is in Den Haag.”  

Spanning
Er zijn de afgelopen acht jaar ook dingen niet gelukt, die Den Besten wel graag had willen zien. Daar is de basisvoorziening er één van. “Maar ik merk ook op dat de samenwerking tussen commerciële en publieke partijen nog wel tot ingewikkelde situaties leidt, ook in de kinderopvang.” De ene groep ziet een maatschappelijk doel en de andere groep kijkt er vanuit een zakelijke blik naar. “Dat is wel jammer. Ik gun iedereen z’n bedrijf en geld verdienen mag, maar het kind moet altijd centraal staan. Daar zit soms wel spanning op de lijn.” 

Den Besten verlaat de PO-Raad voor een baan als bestuurder bij Jeugdbescherming Brabant en Veilig Thuis Noord-Oost Brabant en Zuid-Oost Brabant. Er zijn wel raakvlakken, bijvoorbeeld op het gebied van samenwerking tussen de opvang, onderwijs en zorg. “Ik hoop dat er meer lichte jeugdhulp beschikbaar komt op scholen en IKC’s, ter voorkoming van ernstiger problemen.” De vertrekkend voorzitter is een pleitbezorger van het preventiedenken, hoe eerder je erbij bent, hoe meer problemen je op latere leeftijd kan voorkomen. “Het is natuurlijk beter als kinderen niet bij mij terechtkomen.” 

Adviezen
Na acht jaar aan het hoofd van de PO-Raad heeft Den Besten twee adviezen. “Wacht niet af of Den Haag de publieke voorziening doorzet. Laat je niet ontmoedigen om morgen al de samenwerking te zoeken met andere partijen. Begin alvast.”

Daarnaast hoopt ze dat praktijkvoorbeelden ter inspiratie zullen dienen voor anderen. Ook de landelijke IKC-dag op 17 september 2021, georganiseerd met VNG, Sociaal Werk Nederland, BK, BMK en EtuConsult, biedt die mogelijkheid. “Kijk vooral ook naar andere praktijklocaties. Er zijn zoveel mooie voorbeelden. Leer van andere partners, het wiel hoeft immers niet door iedereen uitgevonden te worden.”

Bij TOY for Inclusion draait alles om vertrouwen en ontwikkelen

'Praat met jongeren over invloed van sociale media op zelfbeeld'